Veertien weken – Het verhaal van Marloes
‘Je liegt, Marloes. Dit kan niet waar zijn.’ De stem van mijn moeder trilt, haar handen klemmen zich om de rand van de keukentafel. Ik kijk haar aan, mijn hart bonkt in mijn keel. ‘Mam, ik… ik weet het ook niet. Maar het is zo. Ik ben zwanger.’
De stilte die volgt is oorverdovend. Buiten tikt de regen tegen het raam, binnen lijkt de tijd stil te staan. Mijn vader schuift zijn stoel naar achteren, zijn gezicht strak. ‘Van wie?’ vraagt hij, zonder me aan te kijken.
‘Van Daan,’ fluister ik. Alsof het uitspreken van zijn naam alles nog echter maakt. Daan, die ik pas drie maanden ken, die nu niet opneemt als ik bel. Daan, die zei dat hij niet klaar was voor iets serieus.
Mijn moeder slaakt een zucht, haar ogen schieten vuur. ‘En wat ga je nu doen? Je hebt nog geen vaste baan, je woont nog thuis…’
Ik voel de tranen prikken, maar ik slik ze weg. ‘Ik weet het niet, mam. Ik weet het echt niet.’
Die nacht lig ik wakker in mijn kleine kamer, luisterend naar het zachte gezoem van de koelkast beneden. Mijn telefoon licht op: een appje van mijn beste vriendin Sanne.
‘Hoe gaat het? Wil je praten?’
Ik typ: ‘Ik weet niet wat ik moet doen.’
Ze belt meteen. ‘Marloes, lieverd…’ Haar stem klinkt warm en vertrouwd. ‘Wat zegt Daan?’
‘Hij reageert niet meer. Sinds ik het hem vertelde, is hij gewoon… weg.’
Sanne vloekt zachtjes. ‘Wat een eikel. Maar jij hoeft dit niet alleen te doen, oké? Ik ben er voor je.’
Ik knik, ook al kan ze dat niet zien. ‘Dank je, San.’
De dagen erna zijn een waas van emoties. Mijn ouders praten nauwelijks tegen me. Mijn moeder doet alsof ik lucht ben, mijn vader komt laat thuis en verdwijnt meteen naar boven. Alleen mijn jongere broertje Bram probeert soms een grapje te maken, maar zelfs hij kijkt me anders aan.
Op een woensdagavond zit ik met Sanne op het balkon van haar flat in Utrecht. De stad ruikt naar regen en uitlaatgassen.
‘Wat wil jij?’ vraagt ze plotseling.
Ik staar naar de lichtjes van de stad. ‘Ik weet het niet. Soms denk ik: misschien kan ik dit wel. Misschien kan ik moeder worden. Maar dan denk ik aan alles wat ik nog wilde doen… reizen, studeren, gewoon jong zijn.’
Sanne pakt mijn hand vast. ‘Wat je ook kiest, het is jóuw keuze.’
De weken kruipen voorbij. Ik ga naar de huisarts, krijg folders mee over keuzes maken: houden, afstaan, abortus. Alles voelt als een waas. Op straat zie ik ineens overal zwangere vrouwen en kinderwagens.
Op een avond zit ik in de woonkamer als mijn moeder binnenkomt. Ze blijft staan bij de deur.
‘Weet je het al?’ vraagt ze zacht.
Ik schud mijn hoofd.
Ze zucht diep en gaat tegenover me zitten. ‘Toen ik zwanger was van jou, was ik ook bang,’ zegt ze ineens. ‘Maar jouw vader stond achter me. Dat maakt alles anders.’
‘Maar jullie steunen mij niet,’ zeg ik bitter.
Ze kijkt weg. ‘Het is gewoon… moeilijk te accepteren. Je bent nog zo jong.’
‘Ik ben 23,’ zeg ik fel.
‘Maar je bent mijn kind,’ fluistert ze.
Die nacht droom ik dat ik in een lege kamer sta met een huilende baby in mijn armen. Niemand komt helpen.
Op dag veertien na de test – veertien weken zwanger – zit ik bij de abortuskliniek in Amsterdam. Mijn handen trillen om het bekertje water dat ze me geven.
‘Weet je het zeker?’ vraagt de arts vriendelijk.
Ik knik, maar in mijn hoofd schreeuwt alles nee.
Als ik buiten kom, regent het pijpenstelen. Sanne wacht op me met een paraplu.
‘Wil je praten?’ vraagt ze zacht.
Ik schud mijn hoofd en laat me door haar naar huis brengen.
Thuis is het stil. Mijn moeder heeft soep gemaakt, maar ik krijg geen hap door mijn keel. Bram kijkt me aan met grote ogen.
‘Ben je nu weer gewoon Marloes?’ vraagt hij voorzichtig.
Ik glimlach flauwtjes. ‘Ik weet het niet, Bram.’
’s Nachts lig ik wakker en luister naar de regen op het dak. Mijn buik voelt leeg en zwaar tegelijk.
De dagen daarna zijn grijs en traag. Mijn ouders praten weer wat meer tegen me, maar er hangt iets tussen ons in wat er eerst niet was.
Op een dag belt Daan ineens op.
‘Marloes… het spijt me,’ zegt hij schor.
‘Te laat,’ zeg ik alleen maar en hang op.
Soms vraag ik me af of ik ooit weer echt gelukkig word. Of deze leegte ooit minder wordt. Maar misschien is dat wel wat volwassen worden betekent: leren leven met keuzes die pijn doen.
Hebben jullie ooit zo’n keuze moeten maken? Hoe vind je de kracht om door te gaan als alles anders loopt dan je had gehoopt?