Moet Ik De Naam Van Mijn Zoon Veranderen? Een Moeder In Twijfel
‘Waarom heb je hem eigenlijk Joshua genoemd?’ De stem van mijn moeder klinkt scherp, bijna verwijtend, terwijl ze haar koffiekopje neerzet. Ik voel mijn schouders verstrakken. Het is zaterdagochtend, de zon schijnt door de vitrage, en Joshua zit op de grond met zijn Duplo. Hij kijkt niet op, maar ik weet dat hij luistert.
‘Omdat ik het een mooie naam vond, mam. En omdat het goed voelde,’ antwoord ik zacht. Mijn moeder schudt haar hoofd. ‘Iedereen heet tegenwoordig Joshua. In zijn klas zitten er al drie. Denk je niet dat hij zich bijzonder moet voelen?’
Ik slik. De vraag die ik mezelf al maanden stel, wordt nu hardop uitgesproken. Sinds Joshua naar de basisschool gaat, hoor ik zijn naam overal. Op het schoolplein, in de supermarkt, zelfs bij de zwemles. Soms lijkt het alsof iedere moeder haar zoon Joshua noemt. En elke keer dat ik zijn naam roep, draaien er minstens twee andere jongetjes om. Het voelt alsof ik hem iets heb afgenomen: zijn uniekheid, zijn eigenheid.
‘Misschien… misschien moet ik zijn naam veranderen,’ fluister ik. Mijn moeder kijkt me aan alsof ik gek ben. ‘Je kunt een kind van vijf toch geen andere naam geven? Dat is traumatisch!’
Joshua kijkt op. ‘Mama, waarom praat oma zo boos?’
Ik glimlach naar hem, maar mijn hart bonkt in mijn borst. ‘Oma is gewoon een beetje bezorgd, lieverd. Ga maar lekker spelen.’
Die avond, als Joshua in bed ligt, zit ik aan de keukentafel met mijn man, Daan. Ik vertel hem over het gesprek met mijn moeder. Daan zucht. ‘We hebben die naam samen gekozen, Sanne. Omdat we hem mooi vonden. Omdat het bij hem past. Wat maakt het uit dat er meer Joshua’s zijn?’
‘Maar straks voelt hij zich niet bijzonder. Straks denkt hij dat hij gewoon één van de velen is.’
Daan pakt mijn hand. ‘Hij is bijzonder omdat hij onze zoon is. Niet door zijn naam.’
Toch laat het me niet los. Ik scroll door fora, lees verhalen van andere moeders. Sommigen zeggen dat het niet uitmaakt, anderen vertellen over hun eigen worstelingen met populaire namen. Eén moeder schrijft: “Mijn dochter heet Emma. Ze vindt het juist leuk dat ze haar naam overal hoort.” Maar een ander reageert: “Mijn zoon haat het. Hij wil een andere naam.”
De volgende dag, op het schoolplein, hoor ik het weer. ‘Joshua! Kom je spelen?’ Twee jongetjes rennen naar elkaar toe. Mijn Joshua kijkt even op, twijfelt, en loopt dan naar mij toe. ‘Mama, waarom heet iedereen hier Joshua?’
Ik slik. ‘Omdat het een hele mooie naam is, schat. En omdat veel mama’s en papa’s die mooi vinden.’
‘Maar ik wil anders heten. Misschien… Finn? Of Bram?’
Mijn hart slaat over. ‘Waarom wil je dat?’
Hij haalt zijn schouders op. ‘Omdat dan alleen ik zo heet.’
’s Avonds lig ik wakker. Ik denk aan de uren die ik heb besteed aan het zoeken naar de perfecte naam. Hoe ik als meisje al lijstjes maakte met namen voor mijn toekomstige kinderen. Hoe ik altijd dacht dat de naam van je kind een soort toverspreuk was, iets dat hem zou beschermen tegen de wereld. Maar nu lijkt het alsof ik hem juist kwetsbaar heb gemaakt.
Ik besluit het met mijn zus, Marieke, te bespreken. Zij is altijd eerlijk. We zitten samen op haar balkon, met een glas wijn. ‘Je overdrijft, San,’ zegt ze. ‘Kinderen vinden altijd wel iets om over te zeuren. Volgend jaar wil hij misschien Batman heten.’
‘Maar wat als hij zich echt niet bijzonder voelt? Wat als hij straks op de middelbare school zit en zich niet durft te onderscheiden?’
Marieke lacht. ‘Dat ligt niet aan zijn naam. Dat ligt aan jou, aan Daan, aan hoe jullie hem opvoeden. Je kunt zijn naam veranderen, maar zijn onzekerheid blijft misschien toch.’
Toch blijft het knagen. Ik praat met de juf van Joshua. Zij zegt: ‘We hebben inderdaad drie Joshua’s in de klas. Maar ze zijn allemaal anders. Jouw Joshua is de enige die altijd voorleest aan de kleintjes. De enige die zijn boterhammen deelt als iemand zijn lunch is vergeten. Hij is uniek, Sanne. Echt.’
Op een avond, als ik Joshua in bed stop, vraag ik: ‘Vind je het echt zo erg dat er meer jongens Joshua heten?’
Hij denkt even na. ‘Soms. Maar ik vind het ook wel grappig. Dan zijn we een team. De Joshua’s!’
Ik glimlach. ‘Wil je echt een andere naam?’
Hij schudt zijn hoofd. ‘Nee. Maar mag ik wel een bijnaam?’
‘Natuurlijk. Welke wil je?’
Hij denkt diep na. ‘Noem me maar Joos. Dat is speciaal.’
Ik kus hem op zijn voorhoofd. ‘Joos. Mijn bijzondere jongen.’
Toch blijft het onderwerp in de lucht hangen. Op een familiefeestje begint mijn schoonzus, Linda, erover. ‘Heb je het gelezen op Facebook? Een moeder die de naam van haar zoon wil veranderen omdat hij te populair is. Belachelijk, toch?’
Iedereen lacht. Ik voel mijn wangen gloeien. Niemand weet dat ik die moeder ben. Dat ik elke dag twijfel of ik het juiste heb gedaan. Dat ik bang ben dat Joshua later boos op me zal zijn. Dat ik hem iets heb afgenomen wat ik hem juist wilde geven: een gevoel van eigenheid, van bijzonder zijn.
Na het feestje loop ik met Daan naar huis. ‘Denk je dat ik te veel nadenk?’ vraag ik zacht.
Daan slaat zijn arm om me heen. ‘Misschien. Maar dat is omdat je zoveel van hem houdt. En dat is het enige wat telt.’
De volgende ochtend, als ik Joshua naar school breng, zie ik hem lachen met de andere Joshua’s. Ze geven elkaar een high five. ‘Team Joshua!’ roepen ze. Ik glimlach. Misschien is het niet zo erg. Misschien is het juist mooi dat hij zich verbonden voelt. Dat hij weet dat hij niet alleen is.
Toch blijft er een stemmetje in mijn hoofd. Heb ik het juiste gedaan? Had ik hem een andere naam moeten geven? Of is het juist goed zo? Ik weet het niet. Maar ik weet wel dat ik altijd mijn best zal doen om hem te laten voelen dat hij bijzonder is. Niet door zijn naam, maar door wie hij is.
En nu vraag ik me af: Wat zouden jullie doen? Zou je de naam van je kind veranderen als je merkt dat hij te populair is? Of is het juist mooi om te delen? Ik ben benieuwd naar jullie verhalen.