Mijn man is geobsedeerd door zijn nieuwe hobby en sleept ons allemaal mee
“Nee, Gerrit, dit gaat echt te ver. Je hebt dit gewoon besloten zonder mij te vragen!”
Ik smeet de brochure op de keukentafel. De papieren glansden van de luxe, foto’s van een high-end zeilvakantie langs de Dalmatische kust. Duizenden euro’s per persoon. En het ergste? Het was geen gewone vakantie. Het was een ‘intensieve zeilcursus voor gevorderden’.
Gerrit keek me aan met die blik van hem. Die blik die zegt dat ik weer eens ‘onredelijk’ ben. Hij leunde achterover in zijn stoel, zijn nieuwe, dure zeilhandschoenen nog steeds op tafel.
“Schat, we zijn nu eindelijk vrij. Ik ben met pensioen! Ik wil dit gewoon beleven. En de anderen willen het ook, toch?”
Ik wist dat hij loog. Of dat hij alleen de mensen hoorde die hem bevestigden.
Het begon allemaal drie maanden geleden. Zodra hij zijn laatste werkdag bij de gemeente achter de rug had, sloeg hij om. Eerst was het een leuk hobby-bootje, maar binnenkort was het een obsessie geworden. Hij kocht apparatuur waar we eigenlijk geen budget voor hadden. Hij las boeken over windrichtingen terwijl ik probeerde te vertellen over mijn dag.
Onze vriendengroep, een hechte club die we al dertig jaar elke zaterdagavond bij iemand thuis hebben, was de volgendeが slagoffer.
De sfeer tijdens de laatste borrels was om te snijden. Waar we vroeger uren praatten over onbenoemde nostalgie of de kleinkinderen, ging het nu alleen nog maar over knopen, zeildoeken en stroomversnellingen.
“Kom op jongens, we kunnen toch allemaal een weekendje meegaan?” pushte Gerrit vorige maand.
Ik zag hoe Henk en Anja ongemakkelijk naar elkaar keken. Henk vindt zeilen doodeng, Anja heeft een hekel aan zout water. Maar Gerrit liet geen ruimte voor een ‘nee’. Hij maakte het een kwestie van loyaliteit.
“Als we echt vrienden zijn, gunnen we elkaar dit toch?” zei hij toen.
Die zin bleef in mijn hoofd spoken. Is dat wat vriendschap is? Meegaan in de waan van de dag van één persoon omdat hij anders misschien een depressie krijgt nu hij niet meer naar kantoor hoeft?
Gisteravond was het kookpunt bereikt. We waren bij Marloes en Peter. De hapjes stonden op tafel, de wijn was geschonken, maar Gerrit had alvast een presentatie op zijn tablet klaarstaan.
“Kijk,” riep hij enthousiast, terwijl hij de groep naar zich toe trok. “Ik heb een villa en een jacht geregeld voor augustus. We gaan allemaal. Ik heb de data al gecheckt, iedereen kan.”
De stilte die volgde was oorverdovend. Ik voelde de spanning in de kamer. Marloes keek naar mij, zoekend naar een reactie. Ik zag de irritatie in haar ogen, maar ook de angst om de sfeer te verpesten.
“Gerrit,” begon Peter voorzichtig, “dat is wel heel prijzig. En we hadden eigenlijk al afgesproken om naar dat huisje in Frankrijk te gaan, zoals we elk jaar doen.”
Gerrit zuchtte diep. Een zucht die klonk alsof hij de enige was die echt leefde.
“Frankrijk is saai, Peter. We doen altijd hetzelfde. Waarom zouden we onszelf niet uitdagen? Ik dacht echt dat jullie me hierin zouden steunen.”
Ik kon het niet meer aanzien. Ik stond op en liep naar de gang. Ik kon de benauwdheid niet meer verdragen. De manier waarop hij de groep manipuleerde, waardoor iedereen zich schuldig voelde als ze niet meededen aan zijn nieuwe ‘passie’.
Nu stonden we hier in de keuken. De brochure lag er nog steeds.
“Je hebt dit echt niet overlegd met mij,” zei ik zacht, mijn stem trillend. “We hebben een gezamenlijke rekening, Gerrit. Je hebt zomaar een aanbetaling gedaan voor de hele groep?”
Hij schrok een beetje, maar zijn houding bleef koppig.
“Ik wilde een verrassing! Ik wilde dat we als groep weer echt iets beleven. Waarom moet jij altijd alles zo klein houden? Je trekt me alleen maar naar beneden in mijn nieuwe vrijheid.”
Ik lachte kort, een bitter geluid. “Naar beneden? Ik probeer ons gewoon te redden van je egoïsme. Je ziet ons niet eens meer. Je ziet alleen nog maar die boot en de bewondering van de anderen.”
Hij liep weg. Zonder een woord. Hij liet me achter in de stilte van ons huis, een huis dat vroeger warm aanvoelde, maar nu somehow koud was geworden.
De volgende ochtend kreeg ik een appje van Anja. *’Lieve Els, we vinden het echt lastig. We willen Gerrit niet kwetsen, hij is zo enthousiast. Maar we kunnen dit echt niet betalen. Ga jij wel mee? Misschien kunnen we het samen oplossen.’*
Dat was het. De groep splitste zich. De eenen vonden dat we Gerrit moesten stimuleren, want “een man met een nieuwe hobby is een gelukkige man”. De anderen, zoals Anja en Henk, voelden zich verstikt.
Ik zit nu aan de keukentafel. De brochure ligt er nog steeds.
Als ik meega, red ik misschien de vrede. De groep blijft intact, Gerrit is gelukkig en ik kan doen alsof er niets aan de hand is. Ik kan de rol van de ‘ondersteunende echtgenote’ spelen, zoals ik dat dertig jaar lang heb gedaan.
Maar als ik weiger… dan is het een statement. Dan zeg ik dat mijn grenzen en onze vriendschappen belangrijker zijn dan zijn obsessie. Maar ik weet ook dat Gerrit dat niet zal begrijpen. Hij zal het zien als verraad.
Ik denk aan al die zaterdagen die we samen hebben doorgebracht. De lachbuien, de ruzies die we altijd oplosten, de steun toen mijn moeder overleed. Is dat alles minder waard dan een zeilcursus in Kroatië?
Ik kijk naar mijn telefoon. Er staat een bericht van Gerrit: *’Ik heb de bevestiging gestuurd. Ik ga ervan uit dat je erbij bent. Laten we dit gewoon leuk maken.’*
Hij vraagt het niet eens. Hij stelt het vast.
Ik voel een knoop in mijn maag. Ik hou van hem, echt waar. Maar ik begin mezelf kwijt te raken in zijn schaduw. Is het egoïstisch om te weigeren, of is het juist egoïstisch om alles op te offeren voor iemands nieuwe hobby?
Ik weet het niet. Ik weet het echt niet meer.
***
Vind ik het nu te streng om mijn grens te trekken, of is het juist nodig om de balans in ons huwelijk terug te krijgen? Hoe zouden jullie omgaan met een partner die een hobby laat uitgroeien tot een obsessie die iedereen meesleurt?