Mijn man wil naar Frankrijk verhuizen, maar ik heb juist nu voor het eerst het gevoel dat ik nog nodig ben

Vorige week stond er ineens een verhuisdoos in onze gang. Niet omdat we al gingen verhuizen, maar omdat Kees hem van zolder had gehaald om te kijken hoeveel van onze boeken erin zouden passen.

Hij had met zwarte stift op de zijkant geschreven: FRANKRIJK – KEUKEN.

Ik vond dat veel erger dan ik wilde toegeven. Het was maar een doos. We hebben er nog twintig. Maar die ene doos in de gang maakte van iets waar we al jaren over fantaseerden ineens een afspraak waar ik blijkbaar onderuit probeerde te komen.

Kees en ik zijn allebei 64. Hij heeft bijna veertig jaar bij de gemeente gewerkt, eerst buiten, later als opzichter. Ik heb een eigen praktijk gehad als loopbaanbegeleider en trainer, vooral voor mensen in de zorg en het onderwijs. Geen baan waarmee je rijk wordt, maar ik vond het werk altijd belangrijk. De laatste jaren deed ik steeds meer online, deels omdat het kon, deels omdat mijn knieën niet meer zo blij worden van heel Nederland door met de trein.

We hebben twee dochters, allebei het huis uit. Onze oudste woont in Utrecht met haar vriendin, de jongste in Zwolle met een peuter die we te weinig zien, volgens mij vooral omdat we dat allebei altijd zeggen en vervolgens druk zijn.

Het plan voor Frankrijk is niet nieuw. We hebben een klein dorpje in de Ardèche op het oog, al jaren eigenlijk. Niet zo’n huis onder de platanen met een zwembad en een bordje ‘la vie est belle’, daar hebben we ook het geld niet voor. Meer een oud huisje aan de rand van het dorp, met een flinke schuur en een tuin waar waarschijnlijk van alles aan moet gebeuren.

Kees wil daar jeu de boules spelen. Hij zegt petanque, want hij heeft inmiddels filmpjes gekeken en een set metalen ballen gekocht die nog in de verpakking zit. Hij wil Frans leren, naar de markt op woensdag, wijn drinken met mensen die ons aanvankelijk niet begrijpen. Ik plaag hem daar weleens mee, maar eerlijk is eerlijk: ik zag het ook voor me. Geen agenda die volloopt omdat ik niet op tijd nee zeg. Geen regenachtige dinsdag waarop je denkt dat je eigenlijk weer eens iets aan het huis moet doen.

We zouden in januari gaan kijken. Een makelaar uit Aubenas had al drie huizen doorgestuurd.

Toen belde Marije me.

Marije was vroeger een collega van mij. Zij zit nu in het bestuur van een landelijk netwerk voor startende begeleiders en coaches. Er zijn veel jonge zelfstandigen die inhoudelijk best goed zijn, zei ze, maar die vastlopen op dingen waar niemand ze voor opleidt: grenzen stellen, tarieven vragen zonder rood aan te lopen, omgaan met cliënten die midden in een scheiding zitten of een burn-out hebben en verwachten dat jij alles oplost.

Of ik twee jaar mentor wilde worden voor een groep van twaalf jonge mensen.

Onbetaald. Eén avond per maand in Utrecht, daarnaast af en toe telefonisch contact en twee trainingsdagen per jaar. Ze vroeg het niet alsof het een gunst was. Ze zei: ‘Jij bent iemand bij wie mensen zich niet klein voelen. Dat is zeldzaam.’

Ik heb daarna een kwartier in mijn auto gezeten zonder weg te rijden. Het regende tegen de voorruit en ik voelde me belachelijk ontroerd door één zin.

Thuis vertelde ik het diezelfde avond aan Kees terwijl hij aardappels stond af te gieten. Hij zei eerst: ‘Nou, leuk toch.’ Maar ik hoorde meteen dat hij niet vroeg wat het precies inhield.

Toen ik zei dat het twee jaar zou zijn, legde hij de pan wat harder dan nodig in de gootsteen.

‘Dus Frankrijk gaat weer op de lange baan,’ zei hij.

Ik zei dat dat helemaal niet hoefde. We konden toch een deel van het jaar daar zijn? Bijvoorbeeld van november tot maart. Dan zijn we in Nederland tijdens de mentoravonden en kunnen we tegelijk bij onze kleindochter zijn. Het klonk in mijn hoofd als een redelijk voorstel.

Kees keek me aan alsof ik had gezegd dat we voortaan apart zouden wonen.

‘Dan ga jij daar zitten werken en plannen maken wanneer we weer terug moeten,’ zei hij. ‘Ik wil niet op de kalender leven, Ellen. Daar heb ik mijn hele leven al op geleefd.’

Daar werd ik kwaad van. Alsof ik degene was die altijd met afspraken kwam. Hij heeft jarenlang overuren gedraaid en ik heb mijn werk om de kinderen heen gevouwen, soms tot diep in de avond. We hebben allebei dingen laten liggen. Maar hij praat er nu over alsof ik hem persoonlijk van zijn vrijheid beroof.

Ik zei iets in de trant van dat hij in Frankrijk ook gewoon mensen kon leren kennen en dat hij niet moest doen alsof een dorpje hem automatisch gelukkig ging maken. Dat was gemeen. Vooral omdat ik weet dat hij zich de laatste jaren soms overbodig voelt. Hij zegt het niet zo, maar ik merk het aan kleine dingen. Dat hij nog steeds de storingen van de buren probeert op te lossen. Dat hij na een etentje pas ontspannen is als hij de lege flessen heeft weggebracht.

Hij werd stil en zei: ‘Jij hebt altijd mensen nodig om je heen die jou nodig hebben.’

Dat kwam hard aan, juist omdat er iets van waarheid in zat.

Sindsdien praten we er omheen. De makelaar stuurde vorige maand nog foto’s van een huis met blauwe luiken en een lekkend dak. Kees stuurde ze door met alleen: “Deze?” Ik reageerde pas uren later. Hij heeft de verhuisdoos inmiddels naar de logeerkamer gezet, maar ik weet dat hij daar staat.

Afgelopen zondag waren we bij onze jongste. Onze kleindochter wilde dat opa met haar op de grond zat en blokken stapelde. Kees deed dat eindeloos geduldig. Ik keek naar hem en dacht: hij wil niet per se weg van ons allemaal. Hij wil weg van het gevoel dat er altijd nog iets van hem gevraagd wordt.

In de auto terug zei hij opeens: ‘We hoeven niet te doen alsof we twintig zijn. Als jij dit wilt, moet je het gewoon zeggen. Maar zeg dan ook dat Frankrijk niet meer ons plan is.’

Ik wist niet wat ik daarop moest antwoorden. Want ik wil Frankrijk nog steeds. Ik wil ook die jonge begeleiders niet afwijzen uit angst dat Kees teleurgesteld is. Misschien wil ik vooral niet kiezen, en is dat precies wat hem zo boos maakt.

Ik heb Marije nog geen definitief ja gegeven. Ze verwacht het deze week.

Vanmorgen dronk Kees koffie aan de keukentafel en keek hij naar een Franse site met huizen. Hij zei niets. Ik pakte mijn telefoon om Marije te appen, legde hem weer neer en zette eerst de vaatwasser aan.

Dat is ongeveer waar we nu zijn: twee mensen die eindelijk tijd zouden hebben, en allebei bang zijn dat de ander die tijd invult zonder hen.