Na veertig jaar vaste prik wil mijn man ineens weg kunnen rijden wanneer het hem uitkomt

De camper staat nog niet eens op de oprit, maar ik heb er al ruzie over gehad met mensen die ik langer ken dan sommige familieleden.

Niet eens een echte ruzie in het begin. Meer van die stiltes waar je achteraf aan denkt. Een appje waarop iemand alleen met een duimpje reageert. Bij de koffie op vrijdagavond die ene stoel die leeg blijft, en iemand die zegt: „Nou, Henk zal wel weer ergens bij een Frans meer zitten.” Dan lacht iedereen een beetje, maar net niet warm.

Henk en ik zijn 63. Hij heeft tot afgelopen voorjaar bij een installatiebedrijf gewerkt, eerst buiten, later als planner. Hij telde de maanden echt af naar zijn pensioen, al deed hij alsof dat niet zo was. De laatste jaren zei hij steeds vaker dat hij niet wilde eindigen als iemand die alleen nog op dinsdag naar de markt ging en op donderdag de kliko buitenzette.

Zijn droom was een kleine buscamper. Geen enorm wit gevaarte met een schotel op het dak, zei hij altijd. Gewoon iets waar je met z’n tweeën in kunt slapen, fietsen achterop, een paar dagen naar de Moezel of de Ardennen als het weer hier tegenzit. Hij keek ’s avonds filmpjes van mensen die op een parkeerplaats boven een dal wakker werden, koffie zetten met de schuifdeur open. Ik vond het eigenlijk aandoenlijk.

Ik heb ja gezegd. Niet meteen enthousiast, dat ook niet. We wonen in een rijtjeshuis in Amersfoort en we hebben geen eindeloze ruimte of geld. Maar zijn pensioen was goed geregeld, de hypotheek is bijna af en na wat rekenen kon het. Hij heeft zijn hele leven gewerkt. Ik wilde niet degene zijn die zei dat het niet mocht.

Alleen: ons leven bestond al veertig jaar ook uit de club. Zo noemen we het, terwijl het nergens officieel staat. Wij, Pieter en Lidy, Karel en Monique, Sjaak en Anja, en sinds een jaar of tien ook Rob, nadat zijn vrouw was overleden. Ooit begonnen we met z’n allen op de camping in Ommen, toen de kinderen nog klein waren en iedereen een te kleine tent had. Daarna bleven we elkaar zien. Eerst om de beurt eten op zaterdag, later elke vrijdag borrelen. Vakanties, verjaardagen, ziekenhuisbezoek, verhuizingen, begrafenissen van ouders. Niet alles samen, gelukkig niet, maar wel veel.

Sinds we allemaal met pensioen zijn, is die groep juist groter geworden in plaats van kleiner. Op maandag wandelen sommige van ons. Woensdag koffie bij Lidy. Vrijdag de borrel. Er wordt maanden vooruit gepraat over een fietsvakantie, een huisje met kerst, wie er rijdt als iemand naar een controle in het ziekenhuis moet. Soms vind ik het ook benauwend, als ik eerlijk ben. Maar toen ik vorig jaar na mijn operatie zes weken nauwelijks iets kon, stond er elke dag iemand met soep, boodschappen of gewoon een tijdschrift voor de deur. Dan weet je ook wat zo’n kring waard is.

Henk zag dat altijd wel, maar hij heeft een andere behoefte dan ik. Hij kan dagen in de tuin rommelen zonder iemand te missen. En sinds hij niet meer werkt, is hij bang, denk ik, dat zijn dagen allemaal op elkaar gaan lijken.

De eerste keer dat hij een afspraak afzegde, ging het om een etentje bij Karel en Monique. Karel werd 64 en had gereserveerd bij een restaurantje waar ze al weken over praatten. Drie dagen ervoor zei Henk dat er volgens de weersverwachting een uitzonderlijk mooi weekend aankwam en dat hij een camper in Drenthe wilde huren om te proberen.

„Maar zaterdag is Karel jarig,” zei ik.

„Dan gaan we zondag toch even langs?”

„Hij heeft voor acht mensen gereserveerd.”

Henk haalde zijn schouders op. „Het is geen bruiloft, Marjan.”

Hij zei uiteindelijk af via de groepsapp. Best netjes nog, met felicitaties en zo. Karel antwoordde: ‘Jammer, maar veel plezier.’ Daarna bleef het stil. Ik ging alleen. Dat was niet verboden of zo, maar het voelde raar. Iedereen vroeg hoe de camper was voordat er überhaupt naar mij gevraagd werd.

Daarna gebeurde het vaker. Een barbecue, een weekendje fietsen in Limburg, de jaarlijkse nieuwjaarslunch. Soms was er echt een plan van Henk, soms wilde hij gewoon niets vastleggen omdat er eventueel iets kon ontstaan. Dat laatste vonden de anderen het ergst. Niet dat hij weg wilde, maar dat hij tot het laatste moment bleef zweven.

Ik verdedigde hem vaak. Misschien te vaak.

„Hij heeft net veertig jaar volgens een rooster geleefd,” zei ik tegen Lidy toen we samen bij de HEMA koffie dronken. „Gun hem even dat hij niet overal een datum op wil plakken.”

Lidy roerde lang in haar koffie, terwijl er geen suiker in zat. „Dat gun ik hem ook. Maar hij verwacht wel dat wij beschikbaar blijven wanneer hij toevallig weer thuis is.”

Dat kwam hard aan, omdat het waar was. Henk belde Rob bijvoorbeeld op een dinsdagmiddag met de vraag of hij die avond mee wilde eten, na twee weken geen bericht. Rob kon niet; hij had met zijn dochter afgesproken. Henk vond dat overdreven. „Hij hoeft toch niet altijd klaar te staan voor zijn dochter?” zei hij thuis.

Ik werd toen kwaad. Niet eens netjes. Ik zei dat hij zelf ook niet altijd klaar wilde staan voor mensen die al veertig jaar voor hem klaarstonden. Hij liep naar boven en deed de deur van de slaapkamer dicht. Dat doet hij bijna nooit.

Vorige maand kwam de groepsreis ter sprake. Pieter had iets gevonden: tien dagen met een georganiseerde busreis naar Noord-Italië, in september volgend jaar. Niet goedkoop, bijna tweeduizend euro per persoon, maar alles was geregeld en voor onze leeftijdsgroep, zoals dat dan heet. Ik zag mezelf al met Lidy door een Italiaans plaatsje lopen, slecht ijs eten, veel te veel foto’s maken. Henk zou het waarschijnlijk vreselijk vinden, maar ik dacht: tien dagen, dat overleeft hij wel.

Tijdens de borrel bij Anja legde Pieter de folders op tafel. Er was ineens een soort spanning die ik niet begreep totdat Karel zei: „We moeten wel weten wie er meegaat. Geen gedoe meer op het laatste moment.”

Henk keek op van zijn bier. „Ik ga nergens nu al ja op zeggen voor september volgend jaar.”

„Dan boeken we niet voor jou,” zei Monique. Ze zei het heel rustig.

Henk lachte even, alsof ze een grap maakte. Niemand lachte terug.

Pieter zei toen dat het niet alleen om die reis ging. Dat ze het gevoel hadden dat Henk de groep alleen nog wilde wanneer het in zijn planning paste. Of eigenlijk wanneer hij geen planning had. „Je hoeft niet mee te doen met alles,” zei hij. „Maar zeg dan gewoon dat je een ander leven wilt. Daar kunnen we ook rekening mee houden.”

Ik zag Henk dichtklappen. Hij is geen man van mooie antwoorden. Hij zei alleen: „Ik hoef toch geen toestemming te vragen om weg te gaan?”

Daarna praatte iedereen ineens door elkaar. Anja zei dat niemand dat beweerde. Karel begon over de reservering van zijn verjaardag. Ik zei niets. Dat vind ik nog steeds het ergste van die avond. Ik zat daar met mijn glas vast en ik kon niet kiezen wie ik moest beschermen.

In de auto naar huis zei Henk: „Dus jij vindt ook dat ik me moet aanmelden voor de rest van mijn leven?”

Ik zei dat ik niet wist of ik mee wilde naar Italië zonder hem, maar dat ik ook niet wilde dat vrijdagavond langzaam verdween omdat hij liever op goed geluk naar Luxemburg reed.

„Ga dan gewoon,” zei hij.

Alsof dat eenvoudig was. Alsof het alleen een reis was.

De volgende ochtend stuurde Lidy me een berichtje dat ze hoopte dat ik niet dacht dat ze mij eruit wilden werken. Ik heb teruggestuurd dat ik dat niet dacht. Dat was maar half waar. Ik ben niet bang dat ze mij niet meer willen. Ik ben bang dat ik degene word die steeds alleen komt, uitleg geeft, bemiddelt en uiteindelijk ook minder vaak gevraagd wordt omdat het makkelijker is.

Henk heeft gisteren weer naar campers gekeken. Een blauwe, tweedehands, uit 2018. Hij liet me foto’s zien van de indeling en vertelde dat er verrassend veel bergruimte in zit. Ik heb met hem meegekeken en gezegd dat hij mooi was. Dat vond ik ook echt.

De folder van Italië ligt ondertussen op de keukentafel onder een stapel reclame van de Praxis. De optie moet over twee weken betaald worden. Henk zegt dat ik namens ons allebei nee moet invullen als ik wil gaan, omdat hij zich niet laat vastleggen. Maar ik weet dat hij het me kwalijk neemt als ik alleen boek. Misschien niet meteen. Henk kan heel lang doen alsof iets hem niets uitmaakt.

Vanavond is het vrijdag. Ik heb de hapjes al in een bakje gedaan, omdat wij aan de beurt zijn. Henk heeft nog niet gezegd of hij meegaat. Buiten regent het zo’n dunne regen waar niemand zin van krijgt om met een camper in weg te rijden.

Toch heb ik voor twee extra glazen wijn gezorgd.