Mijn vrouw had al getekend voor een atelier in onze tuin, terwijl ik dacht dat we eindelijk rustiger zouden gaan leven

Ik kwam erachter doordat de printer vastliep.

Dat klinkt achteraf bijna belachelijk, voor iets wat nu al drie weken tussen ons in hangt als natte was die niet droog wil worden. Ik wilde een retourlabel printen voor een waterfilterding van bol.com. Op het scherm stond nog een pdf open: ‘Voorlopige opdrachtbevestiging – Tuinatelier De Linde’. Bedrag onderaan: € 64.850, exclusief eventuele meerwerkkosten.

Ik dacht eerst dat het spam was. Of dat onze dochter Maud iets had doorgestuurd, zij doet weleens wat creatiefs met haar keramiek. Maar bovenaan stond Anja’s naam. Ons adres. Een tekening van onze achtertuin, met waar nu de oude appelboom staat een houten gebouwtje van bijna zes bij negen meter, met grote ramen en een klein toilet.

Anja was boodschappen doen. Ik heb die hele middag niets gedaan, geloof ik. Koffie gezet, koud laten worden. Buiten gekeken naar die tuin waar ik normaal alleen zie dat de schutting aan de linkerkant weer groen uitslaat.

We wonen al 32 jaar in een vrijstaande woning aan de rand van een dorp bij Deventer. Geen villa, gewoon een degelijk huis dat we destijds konden kopen omdat mijn vader borg stond en we allebei werkten. Ik zat bij een installatiebedrijf, Anja werkte eerst in de bibliotheek en later op de administratie van een zorginstelling. We hebben het goed gehad. Niet breed-breed, maar we hoefden nooit de boodschappen op te tellen bij de kassa.

Ik ben 68, zij 66. Sinds vorig voorjaar zijn we allebei gestopt met werken. Ik had verwacht dat we wat meer naar Frankrijk zouden rijden met de caravan, oppassen op onze kleinkinderen, misschien eindelijk de badkamer aanpakken. Van die dingen waar je jarenlang over praat omdat er altijd eerst werk, kinderen of gedoe met een van onze ouders was.

Anja zei al langer dat ze ‘iets met kunst’ wilde doen. Ze schildert sinds een cursus bij Volksuniversiteit Deventer, eerst heel voorzichtig aan de keukentafel en later in het kleine kamertje boven. Abstract werk vooral. Soms vind ik het mooi, soms eerlijk gezegd niet. Maar ik ben wel mee geweest naar open atelierdagen en ik heb zonder mopperen doeken naar de auto gesjouwd. Ik dacht dat dat genoeg steun was.

Toen ze thuiskwam met een tas van de Plus en zag dat de printer aanstond, keek ze meteen anders. Niet geschrokken op een overdreven manier. Meer alsof ze wist dat dit moment ooit kwam en het alleen liever zelf had uitgekozen.

Ik zei: ‘Wat is dit, Anja?’

Ze zette de boodschappen neer. De yoghurt brak bijna door het plastic heen.

‘Een offerte.’

‘Dat zie ik.’

Ze ging op een stoel zitten en trok haar jas niet eens uit. Toen vertelde ze dat ze al jaren geld op een eigen spaarrekening had. Eerst van een erfenisje van haar tante Riek, later van haar salaris en van geld dat ze overhield aan huishoudbudget. Ook van de verkoop van sieraden van haar moeder, zei ze. In totaal ruim 78.000 euro.

Ik wist niet wat ik hoorde. Niet omdat ik vind dat ze geen eigen geld mag hebben. Ik heb zelf ook een rekening waar mijn oude motorclubcontributie en wat spaargeld op staan. Maar geen bedrag waarvan je zonder overleg een compleet gebouw in onze tuin kunt zetten.

‘Waarom heb je dat verborgen gehouden?’ vroeg ik.

Ze keek naar haar handen. ‘Omdat jij alles wat niet praktisch is meteen een risico noemt.’

Dat deed pijn, juist omdat er iets van waar is. Ik ben degene die zegt dat de cv-ketel nog best een jaar mee kan als iemand over verduurzamen begint. Ik houd een schriftje bij met onze vaste lasten, ook nu nog. Toen mijn moeder naar een verpleeghuis moest en de extra dingen zich opstapelden, heb ik gezien hoe snel geld verdwijnt. Hulpmiddelen, vervoer, dingen die officieel geregeld zouden zijn maar dan toch niet helemaal.

Maar ik heb Anja nooit verboden te schilderen. Dat zei ik ook.

‘Nee,’ zei ze. ‘Je zegt alleen altijd: leuk voor erbij. Alsof ik op mijn leeftijd nog toestemming moet krijgen om iets serieus te nemen.’

Daar werd ik kwaad van. Niet eens om haar woorden, maar omdat ze al die jaren blijkbaar gesprekken met mij heeft gevoerd die ik heel anders heb onthouden. Ik dacht dat we het samen goed deden. Zij voelde zich kennelijk al die tijd iemand die haar plannen klein moest houden.

De voorlopige offerte was die maandag getekend. Er zat een bedenktijd in van veertien dagen, al wist ik niet precies hoe dat zat bij een verbouwing op maat. Ze had een aannemer gesproken, tekeningen laten maken en zelfs al uitgezocht hoe het met vergunningen zat. Volgens haar zou het atelier ook gebruikt kunnen worden voor kleine workshops, hooguit zes mensen tegelijk. ‘Een paar middagen per maand,’ zei ze. ‘Geen yogaschool, Henk.’

Dat laatste klonk bijna grappig, maar ik kon er niet om lachen.

Ik zei dat het niet alleen haar geld betrof. Die tuin is van ons. Ons huis verandert ervan. Als het misgaat met haar plan, of als wij over vijf jaar toch kleiner moeten wonen, zit er een gebouw waar niet iedereen op zit te wachten. En als we later zorg nodig hebben, dan is 65.000 euro gewoon veel geld. Maud en onze zoon Joris hebben allebei een hypotheek die hen tot de nek zit. We hebben nooit beloofd dat we hun zouden helpen, maar het speelt wel mee in mijn hoofd.

Anja werd toen heel stil. ‘Dus ik moet mijn geld bewaren voor een ziekte die misschien komt, of voor volwassen kinderen die hun eigen leven hebben? Wanneer mag ik dan iets doen wat van mij is?’

Ik had daar geen goed antwoord op. Alleen dat we getrouwd zijn. Dat je niet in je eentje een beslissing neemt die letterlijk in de achtertuin staat. Zij zei dat ik haar spaargeld nu ineens gezamenlijk maakte omdat het mij niet uitkwam.

De dagen daarna deden we raar normaal. We aten aardappels met sperziebonen. Ik keek naar Nieuwsuur, zij scrolde op haar tablet. We zeiden dingen als ‘Wil jij nog thee?’ en ‘De kliko moet morgen aan de weg’, maar het ging nergens over.

Ik heb ook fouten gemaakt. Ik belde Joris, zogenaamd om te vragen hoe het met zijn nieuwe baan ging, en vertelde uiteindelijk toch over het atelier. Hij zei meteen: ‘Dat is toch bizar veel geld, pap.’ Maud reageerde anders. Zij appte haar moeder blijkbaar dat ze het stoer vond. Anja kwam daarachter en zei dat ik de kinderen erbij had getrokken om versterking te zoeken. Dat was ook zo. Ik schaamde me er direct voor, maar toen was het al gebeurd.

Afgelopen vrijdag zijn we samen naar de aannemer gereden. Ik wilde vooral horen waar de addertjes zaten. Hij was een rustige man, Peter geloof ik, met een meetlint aan zijn broek en modder op zijn schoenen. Hij zei dat het plan kleiner kon, zonder toilet bijvoorbeeld, of in fases. Anja zei niet veel. Ik merkte dat ze dacht dat ik daarheen was gegaan om haar droom af te breken.

In de auto terug stelde ik voor om niet de hele opdracht door te laten gaan, maar eerst een kleiner atelier achter in de tuin te maken. Isolatie, licht, een schuifpui misschien. Maximaal 30.000 euro. De rest blijft op haar rekening. Geen geld voor de kinderen, niet in onze gezamenlijke buffer, gewoon van haar. Maar grotere uitgaven aan het huis bespreken we voortaan vooraf, allebei.

Ze zei: ‘Je maakt er weer een compromis van waar jij mee kunt leven.’

Daar had ze opnieuw niet helemaal ongelijk in. Ik wil zekerheid. Ik wil kunnen rekenen. Zij wil blijkbaar eindelijk iets doen zonder dat ik er eerst een risicoanalyse van maak.

De bedenktijd loopt morgen af. Vanmorgen heb ik de appelboom gesnoeid, terwijl Anja boven schilderde. We hebben nog niet besloten wat er gebeurt. De takken liggen nu op een hoop naast de schuur, en ik weet niet of ik ze naar de milieustraat moet brengen of nog even moet laten liggen.