“Met bloed op mijn trui en zijn natte vacht tegen mijn been, wist ik: als Beer dit niet overleeft, overleef ik het zelf ook niet.”

Het was Beer, de oude bastaard met zijn ruwe vacht en die onvoorspelbare blik, die me dwong alles achter te laten wat vertrouwd was. Door hem moest ik knopen doorhakken die ik uit angst jarenlang heb uitgesteld: een nieuwe stad, een ander leven, afscheid van een huwelijk dat al lang niet meer van mij was. Soms vraag ik me af of ik zelf Beer gered heb, of dat hij juist degene was die mij uit het puin trok.