Na 34 jaar vriendschap voelde onze lening ineens als een rekening die niemand wilde zien

Ik heb het bedrag nog steeds in een Excelbestand staan. Niet omdat ik zo’n boekhouder ben, maar omdat ik anders bang ben dat ik mezelf ga wijsmaken dat het nooit gebeurd is.

€ 8.500. Overgemaakt op 14 april 2021, naar de gezamenlijke rekening van Hans en Marijke. In de omschrijving had ik, bijna overdreven netjes, gezet: “Lening volgens afspraak.” Hans appte diezelfde avond nog een hartje en: “Jullie redden ons echt.”

Wij kennen Hans en Marijke al sinds 1989. Toen woonde ik met mijn vrouw Ellen in een huurhuis in Leusden en hadden we een baby die niet sliep. Hans werkte toen bij een drukkerij, Marijke in een kledingzaak in Amersfoort. We gingen kamperen in Frankrijk, later met de kinderen naar Landal, en nog later zonder kinderen een weekend naar Limburg. Als mijn moeder naar het ziekenhuis moest, stond Hans met zijn auto voor de deur voordat ik hem erom hoefde te vragen. Toen Marijke borstkanker kreeg, hebben Ellen en ik wekenlang gekookt en hun hond uitgelaten.

Het was geen vriendschap waarbij je elkaar alleen op verjaardagen zag. We hadden gewoon een sleutel van elkaars huis, al gebruikten we die nauwelijks. Zo waren we met elkaar verweven geraakt.

Toen Hans in 2021 belde, klonk hij anders. Niet dramatisch, eerder kortaf. Hij was na een reorganisatie zijn baan kwijtgeraakt en zijn zzp-werk liep nog niet. Er was gedoe met de belastingaangifte van zijn bedrijfje, vertelde hij. Marijke werkte minder uren omdat ze last van haar rug had. Ze kwamen tijdelijk krap te zitten.

Hij vroeg niet meteen om geld. Eerst kwam er een lang verhaal over rekeningen, een kapotte cv-ketel en hun zoon Daan, die weer thuis woonde na een relatiebreuk. Daarna zei hij: “Ik schaam me kapot dat ik dit aan jou vraag.”

Ellen en ik hebben er drie avonden over gepraat. We zijn geen rijke mensen. Ik ben inmiddels met pensioen, Ellen werkt nog twee dagen bij de bibliotheek. We hebben wat spaargeld, vooral omdat we zuinig zijn en nooit grote gekke dingen hebben gedaan. We wilden dat geld eigenlijk achter de hand houden voor als er iets met het huis zou zijn, of met onszelf.

Maar je zegt niet gemakkelijk nee tegen iemand die al 34 jaar je vriend is. Zeker niet als hij zegt dat het om een overbrugging van hooguit een jaar gaat.

We spraken af dat ze vanaf januari 2022 elke maand € 250 zouden terugbetalen. Renteloos. Ik heb zelfs gezegd dat ze een maand mochten overslaan als het echt niet ging. Hans wilde iets op papier zetten. Dat vond ik toen bijna pijnlijk zakelijk. Toch hebben we het gedaan, gewoon een A4’tje aan de keukentafel. Vier handtekeningen eronder. Marijke huilde toen ze tekende.

De eerste maanden kwam er niets. Hans appte dat er weer een tegenvaller was. Toen dat zijn auto stuk was. Daarna dat Daan toch niet bijdroeg zoals beloofd. Iedere keer dacht ik: kan gebeuren.

Ellen zei steeds: “Ze hebben al genoeg zorgen, Pieter. Ga er niet steeds achteraan.” En daar zat ook wat in. Ik wilde niet de vriend worden die bij elke borrel in zijn hoofd aan het rekenen was.

Maar ergens in 2023 zag Ellen op Facebook een foto van Marijke op Curaçao. Ik weet nog dat ik aan de keukentafel zat met een boterham oude kaas en dat Ellen haar telefoon naar me toeschoof. Marijke met een cocktail in haar hand, Hans ernaast met een zonnebril op die volgens mij duurder was dan mijn hele bril.

Ellen zei meteen: “Misschien hebben ze dat gekregen van familie.”

Dat kan. Maar een paar maanden later gingen ze een week naar Italië. Daarna kocht Hans een elektrische fiets, zo’n dikke met brede banden. Marijke begon met keramieklessen en zette trots foto’s van haar eigen draaischijf in de schuur online.

Ik weet heel goed dat mensen recht hebben op leuke dingen. Ik gun ze vakantie, een hobby, alles. Het ging me niet om die reis of die fiets op zichzelf. Het was dat er ondertussen geen woord meer over onze lening kwam. Alsof die onder een kleed was geschoven waar we met z’n vieren omheen zaten.

Vorige maand waren we bij hen voor het eten. Marijke had uitgebreid gekookt: zalm uit de oven, goede wijn, van die kleine aardappeltjes met rozemarijn. Het was eigenlijk gezellig, tot Hans begon over een cruise die ze misschien volgend voorjaar wilden doen. Noorwegen. “Nu het nog kan,” zei hij lachend.

Ik heb niet geschreeuwd. Dat wordt achteraf wel eens zo verteld, denk ik. Ik zei alleen: “Hans, ik wil toch even terugkomen op die € 8.500. We hebben nu meer dan twee jaar niets ontvangen. Kunnen we daar een concreet plan voor maken?”

Hij keek me aan alsof ik iets vies op tafel had gelegd.

Marijke zei: “Moet dit nou tijdens het eten?”

Ik zei dat het blijkbaar nooit een goed moment werd.

Hans werd rood. Hij zei dat ik wist hoe moeilijk ze het hadden gehad, dat die vakanties deels met air miles waren betaald en dat die fiets via een regeling van zijn nieuwe werkgever was gekomen. Misschien was dat allemaal waar. Ik weet het niet. Maar toen zei hij iets waar ik nog steeds kwaad om word, ook al probeer ik dat niet te zijn.

“Jullie hebben dat geld toch niet nodig? We dachten echt dat jullie ons hielpen omdat we vrienden zijn. Niet omdat je later met een contract onder onze neus komt.”

Ellen zat naast me en kneep onder tafel in mijn arm. Niet hard, meer als waarschuwing.

Ik zei: “Vrienden helpen elkaar. Maar vrienden doen niet alsof een lening ineens een cadeau is omdat terugbetalen lastig wordt.”

Toen was het stil. De zalm werd koud. Marijke begon te huilen, maar ze zei niets. Hans zei uiteindelijk dat hij zich vernederd voelde en dat hij geen zin had in een vriendschap waarin hij zich schuldig moest voelen zodra hij iets leuks deed.

Ik heb voorgesteld dat ze vanaf volgende maand € 150 per maand betalen. Dan duurt het lang, maar dan gebeurt er tenminste iets. Hans zei dat hij daar niet aan begon als ik hen blijkbaar zo weinig vertrouwde. Hij stond op, liep naar de keuken en kwam niet meer terug.

In de auto zei Ellen eerst niets. Bij de rotonde richting de A28 zei ze: “Je had gelijk over die afspraak.” Na een tijdje zei ze erachteraan: “Maar misschien hebben we nu wel iets kapotgemaakt wat niet meer heel wordt.”

Dat is precies waar we sindsdien omheen draaien. Zij vindt dat ik nog één keer moet bellen, zonder meteen over bedragen te beginnen. Ik vind dat zij dan weer denken dat ze ons lang genoeg hoeven te negeren en het vanzelf verdwijnt.

Hans heeft vorige week geappt dat hij afstand wil nemen zolang ik “geld boven onze geschiedenis” stel. Ik heb het bericht drie keer gelezen. Daarna heb ik alleen teruggestuurd dat onze geschiedenis juist de reden is dat dit me zo raakt.

Er is nog geen aflossing gekomen. Ellen en ik gaan zaterdag gewoon naar de markt in Amersfoort, zoals we meestal doen. Waarschijnlijk halen we kibbeling, ook al is die veel te duur geworden.

En ik weet dat ik onderweg weer zal zeggen dat ik Hans misschien toch even moet bellen. Niet omdat ik van mening ben veranderd, maar omdat ik na al die jaren nog steeds automatisch denk dat hij opneemt.