Na 34 jaar vrijdagavond weet ik niet of ik nog aan dezelfde tafel wil zitten

De map heet nog steeds ‘Frankrijk 2025’, hoewel ik hem inmiddels drie keer van mijn telefoon heb willen gooien. Er staan foto’s in van huisjes in de Ardèche, een overzicht van wie welke slaapkamer krijgt en sinds vorige week ook een pdf met de titel: ‘Afspraken voor een respectvolle groepsreis’.

Ik ben 67, met pensioen sinds twee jaar, en ik had nooit gedacht dat ik op deze leeftijd ruzie zou krijgen over een document van vier pagina’s met bulletpoints.

Wij zijn met z’n achten. Nou ja, waren misschien met z’n achten. Mijn vrouw Marijke en ik, Paul en Ineke, Joost en Karin, en Henk en Els. We kennen elkaar sinds eind jaren tachtig. Eerst via de tennisvereniging in Amersfoort, later werden het vrijdagavonden bij elkaar thuis. Niet elke vrijdag, dat zou overdreven zijn, maar vaak genoeg dat iedereen wist wie er een nieuwe knie had, wie zijn baan kwijt was, welke kinderen weer eens te weinig belden en wie stiekem nog rookte achter de schuur.

We zijn samen naar de Eifel geweest, naar Texel, een keer naar een veel te klein huis in Italië waar de vaatwasser het op dag twee begaf. We hebben elkaars ouders begraven. Toen ik na mijn hartoperatie thuiskwam, stond Joost de heg te snoeien zonder dat ik hem erom had gevraagd. Zo’n groep waren we.

De verandering begon niet met een knal. Henk en Els gingen anders eten, minder vliegen, andere krant, andere podcasts. Prima. Henk had altijd al een mening, en Els kon vroeger ook al een hele avond praten over plastic in de oceaan terwijl ze ondertussen wijn uit een wegwerpbekertje dronk op een buurtfeest. Daar plaagden we elkaar mee. Dat was juist de toon.

Maar het afgelopen jaar werd alles zwaarder. Henk zei bijvoorbeeld dat hij niet meer wilde dat we grappen maakten over ‘de gewone man’, omdat dat mensen uitsluit. Els vond dat we niet meer moesten praten over politiek als iemand daar niet vooraf om had gevraagd. Joost maakte een opmerking over zijn kleinzoon die op school een themaweek identiteit had en werd meteen gecorrigeerd op woorden waarvan hij niet wist dat ze verkeerd waren.

Ik zeg niet dat alles wat wij zeiden briljant of altijd netjes was. Integendeel. Ik heb heus wel eens een flauwe opmerking gemaakt en later gedacht: laat maar zitten, Kees. Maar bij Henk en Els voelde het steeds minder alsof je iemand per ongeluk kwetste en steeds meer alsof je een toets moest maken waarvan alleen zij de antwoorden hadden.

Marijke zag dat anders. Of tenminste, zo zegt ze het.

‘Ze zijn veranderd,’ zei ze een paar maanden geleden toen we na een avond bij Karin en Joost in de auto zaten. ‘Dat mag toch?’

‘Natuurlijk mag dat. Maar wij mogen toch ook gewoon onszelf blijven?’

‘Je hoeft niet overal tegenin.’

Dat zinnetje heeft ze de laatste tijd vaak gezegd. Je hoeft niet overal tegenin. Alsof ik elke ochtend opsta met het plan iemand dwars te zitten. Ik ben juist meestal degene die zegt: ach, laat gaan. Maar ik wil wel nog zonder eerst rond te kijken kunnen zeggen dat ik ergens anders over denk.

Vorige maand zaten we bij Paul en Ineke. Er was stoofvlees, aardappelpuree en een fles rode wijn die Paul speciaal had gehaald omdat die in de aanbieding was bij de Gall & Gall. Henk begon over de vakantie. Hij had een groot huis gevonden in Frankrijk, met een zwembad en een lange tafel onder een afdak. Iedereen was meteen enthousiast. Zelfs ik. Na de winter leek het me heerlijk om weer eens met z’n allen weg te gaan.

Twee dagen later kwam die pdf.

Er stond onder meer in dat we ons zouden onthouden van ‘denigrerende, polariserende of relativerende opmerkingen’ over maatschappelijke thema’s. Dat gevoelige onderwerpen alleen bespreekbaar waren als ‘de betrokkenen zich veilig voelden’. Dat er geen vlees op de gezamenlijke barbecue zou komen. Dat we geen nieuwsprogramma’s of podcasts zouden aanzetten in gemeenschappelijke ruimtes zonder instemming van de groep. En dat iedereen vooraf schriftelijk akkoord moest gaan, zodat er tijdens de vakantie geen discussie over zou ontstaan.

Ik las het aan de keukentafel. Marijke was bezig met de belastingpapieren. Ik zei nog: ‘Dit is toch een grap?’

Ze keek over haar bril heen en las mee. Daarna zei ze heel rustig: ‘Nou, ik vind sommige dingen eigenlijk best redelijk.’

Ik wist even niet wat ik moest zeggen. Dat gebeurt me niet vaak, tot irritatie van Marijke.

‘Een gedragscode, Marijk. Voor een vakantie met je vrienden.’

‘Het zijn afspraken. Henk en Els willen gewoon voorkomen dat het weer ongemakkelijk wordt.’

‘Voor wie ongemakkelijk? Voor iedereen die niet precies praat zoals zij willen?’

Ze zuchtte en schoof de papieren opzij. ‘Jij doet nu alsof zij dictators zijn. Ze vragen rekening met elkaar te houden.’

‘Nee, ze vragen dat wij tekenen dat zij bepalen wat rekening houden betekent.’

Daar ging het mis. Niet met schreeuwen of deuren slaan. Wij zijn daar allebei te oud voor geworden, denk ik. Marijke werd stil, en dat vind ik erger. Ze zei dat ik niet snapte hoe belangrijk deze groep voor haar is. Dat snap ik natuurlijk wel. Juist daarom zit het me zo hoog.

Na mijn pensionering is mijn wereld kleiner geworden dan ik had verwacht. Ik mis het geklets op kantoor niet, maar ik mis wel dat je ergens vanzelf verwacht wordt. De vrijdagen, de appgroep, de verjaardagen waar altijd te veel hapjes zijn: het houdt de weken bij elkaar. Voor Marijke misschien nog meer. Zij heeft minder contact met oud-collega’s dan ik. Onze dochter woont in Zwolle, onze zoon in Utrecht. Die hebben hun eigen leven, zoals het hoort.

Toch vind ik dat geen reden om alles maar te slikken.

In de groepsapp stelde Paul voorzichtig voor om de gedragscode als vertrekpunt te gebruiken en dingen ‘onderweg af te stemmen’. Dat is typisch Paul. Iedereen vindt hem aardig omdat hij nooit een zin afmaakt voordat hij heeft gekeken of iemand daar last van kan hebben.

Ik heb geantwoord dat ik niet zou tekenen. Dat ik best bereid ben geen ruzie te zoeken, rekening te houden met eetwensen en een onderwerp te laten rusten als iemand daar echt verdrietig van wordt. Maar dat ik geen vakantie wil waar je vooraf toestemming moet geven voor een gesprek dat nog niet eens gevoerd is.

Henk reageerde binnen drie minuten. Hij schreef dat mijn bericht precies liet zien waarom die afspraken nodig waren. Els zette eronder dat ze teleurgesteld was dat ik ‘veiligheid’ blijkbaar tegenover ‘vrijheid’ plaatste.

Ik heb mijn telefoon toen in de gang gelegd. Ik was zo kwaad dat ik iets terug wilde sturen waar ik later spijt van zou krijgen. Marijke pakte hem uiteindelijk op en zei dat ik me niet als een puber moest gedragen.

Dat was niet eerlijk. Of misschien een beetje wel.

De volgende ochtend zei ik dat ik dan liever niet mee ging. En eerlijk gezegd: dat ik misschien ook niet meer op die vrijdagavonden wilde zitten alsof er niets veranderd was. Als Henk en Els bij elk gesprek zitten mee te wegen of het wel door de beugel kan, dan hoeft het van mij niet meer.

Marijke keek me aan alsof ik had voorgesteld om ons huis te verkopen.

‘Dus jij gooit vierendertig jaar weg om een pdf?’

Ik zei dat die pdf niet het probleem was. Dat hij alleen opschreef wat er al een tijd gebeurde.

Ze zei: ‘Of jij schrijft erin wat jij er bang voor bent.’

Daar heb ik geen antwoord op. Misschien heeft ze gelijk. Misschien vind ik het moeilijk dat dingen veranderen en verstop ik dat achter grote woorden als vrijheid en spontaniteit. Maar ik weet ook hoe het voelt als je bij mensen die je al zo lang kent, eerst je eigen zin in je hoofd moet aanpassen.

De vakantie is nog niet definitief afgezegd. Henk heeft laten weten dat hij geen huis wil boeken zolang niet iedereen akkoord is. Joost en Karin houden zich opvallend stil. Paul stuurde gisteren een foto van zijn nieuwe moestuin in de app, alsof er niets aan de hand is. Niemand reageerde behalve Ineke met een duimpje.

Vanavond zouden we eigenlijk bij Joost en Karin eten. Marijke heeft gevraagd of ik gewoon mee wil, al is het maar om niet alles erger te maken. Ik heb ja gezegd, maar ik weet niet of dat verstandig is.

Ik heb net een fles wijn uit de kelder gehaald. Geen idee of Henk hem nog drinkt. Marijke is boven haar haar aan het föhnen. Straks stappen we in de auto en doen we misschien een paar uur alsof we nog precies dezelfde mensen zijn als vroeger.