Ik zei dat ik geen ovenschotel meer wilde, maar iemand die echt vroeg hoe het met me ging

Ik dacht altijd dat onze vriendschap met Henk en Marjan onverwoestbaar was, juist omdat we elkaar al bijna veertig jaar zonder poeha kenden. Toen ik chronisch ziek werd, stonden ze elke week op de stoep met eten, ritjes en schema’s, maar nergens was ruimte voor mijn angst, mijn verdriet of mijn paniek. Ik trok aan de rem en verloor bijna de mensen van wie ik dacht dat ze me het beste kenden.