Ik ben met pensioen, maar onze vriendengroep lijkt nog steeds te leven alsof er niets veranderd is
Ik heb afgelopen week voor het eerst een Excel-bestand verstopt voor mijn eigen vrouw.
Dat klinkt kinderachtig, dat weet ik. Maar ik had de afschriften van onze spaarrekening, mijn pensioenoverzicht en de voorlopige kosten van die vakantie naast elkaar gezet. Als Marjan het zou zien, wist ik al wat ze zou zeggen: dat ik mezelf gek maak, dat we niet morgen onder een brug liggen en dat je ook nog moet léven.
Daar heeft ze ergens gelijk in. Alleen is “leven” de laatste jaren bij ons wel een duur woord geworden.
Ik ben 63, sinds januari gestopt bij de gemeente. Geen rampzalig pensioen, hoor. Ik heb er 38 jaar gewerkt, eerst bij openbare ruimte en later op kantoor. We redden ons. Ons huis in Amersfoort is bijna afgelost, we hebben geen rare schulden en onze zoon en dochter staan op eigen benen. Ik hoef niet elke euro drie keer om te draaien.
Maar ik merk sinds ik thuis ben veel beter wat er binnenkomt en wat er uitgaat. Vroeger kwam mijn salaris gewoon elke maand en voelde een etentje van 160 euro voor twee personen als iets dat je jezelf gunde. Nu denk ik bij zulke bedragen meteen: daar betalen we bijna de energierekening van een maand van.
Marjan en ik gaan al sinds begin jaren negentig met dezelfde vriendengroep op vakantie. We waren toen allemaal jonge stellen met kleine kinderen, caravans en te veel wijn in plastic bekers. Hans en Carla, Pieter en Ellen, Rob en Monique, en wij. Eerst naar Frankrijk, later Italië en Spanje. Toen de kinderen groter waren en iedereen meer ging verdienen, werden de vakanties steeds luxer.
Niemand heeft dat ooit zo besloten. Het gebeurde gewoon. Eerst een huisje met zwembad. Toen een villa. Toen moest er per se een kok geregeld worden voor één avond, omdat Carla dat in de Dordogne had meegemaakt. Daarna kwamen de wijnproeverijen, de boottochtjes, restaurants waar je weken van tevoren voor moet reserveren.
Marjan was daar altijd goed in. Zij regelt de groepsapp, zoekt restaurants uit en weet wie er vegetarisch eet, wie geen schelpvis lust en welke kamer het minst geschikt is voor Hans omdat hij sinds zijn heupoperatie niet goed traploopt. Als er iets georganiseerd wordt, kijken de anderen vaak naar haar.
Ik denk dat ik pas de laatste maanden ben gaan begrijpen hoeveel dat voor haar betekent.
In maart kwam er in de app een voorstel van Rob: een week naar Puglia, in een gerestaureerde masseria met personeel. Ik kende het woord niet eens. Ik dacht eerst dat het een soort hotel was. Het bleek een oud landgoed te zijn met acht slaapkamers, een zwembad en een buitenkeuken. Prachtig, ongetwijfeld. Ook 2.850 euro per stel, alleen voor het verblijf en de vlucht.
Daar kwamen nog de huurauto, boodschappen, diners, een paar excursies en allerlei dingen bij die tijdens zo’n week ineens “gezellig” heten en waar niemand meer naar de prijs kijkt. Ik heb voorzichtig gerekend. Vijfduizend euro waren we makkelijk kwijt. Misschien meer.
Marjan zat op de bank met haar telefoon en zei: “Iedereen reageert superenthousiast. Carla heeft al gezegd dat ze die kookworkshop wil doen.”
Ik zei dat ik het veel geld vond.
Ze keek niet eens meteen op. “Ja, het is ook veel geld.”
“Niet een beetje veel. Gewoon te veel voor ons dit jaar.”
Toen legde ze haar telefoon weg. Dat deed ze heel rustig, en juist daardoor wist ik dat ze boos werd.
“Wim, we kunnen dat betalen.”
“Betalen is niet hetzelfde als kunnen missen.”
Ze zuchtte. “We hebben spaargeld.”
“Dat spaargeld is er ook voor als de cv-ketel ermee ophoudt. Of als jij straks minder gaat werken.” Marjan werkt nog drie dagen per week bij een tandartspraktijk, maar ze wil volgend jaar ook stoppen. “En ik wil niet voor een vakantie geld van onze rekening trekken alsof het niets is.”
Ze zei dat we dan thuis een paar maanden minder uit eten konden gaan. Misschien geen nieuwe tuinset deze zomer. Desnoods een klein doorlopend krediet, dat konden we na de vakantie rustig aflossen.
Ik weet nog dat ik haar aankeek en dat ik vooral schrok van dat laatste. Niet omdat zij roekeloos is. Marjan is normaal juist degene die bonnetjes bewaart en aanbiedingen vergelijkt. Maar een lening nemen zodat we in Italië aan een tafel kunnen zitten waar we eigenlijk niet horen, dat voelde voor mij verkeerd op een manier die ik moeilijk kon uitleggen.
“Voor wie doen we dit eigenlijk?” vroeg ik.
“Voor ons,” zei ze meteen.
Maar daarna, zachter: “En omdat ik geen zin heb om ineens het stel te zijn dat altijd moeilijk doet.”
Dat kwam hard binnen. Want ik wist dat daar de kern zat. Niet Puglia. Niet die masseria. Zij is bang dat, als wij zeggen dat het te duur is, de rest zonder veel gedoe doorgaat. En dat ze daarna een jaar lang foto’s ziet van lange tafels, zonsondergangen en alle oude grappen waar wij niet bij waren.
Ik heb haar gezegd dat echte vrienden best een goedkoper alternatief zouden kunnen kiezen. Een huis in Zeeland, de Belgische Ardennen, desnoods een paar dagen in plaats van een week. Ik zei het misschien te scherp. Ik zei dat als ze ons alleen leuk vinden zolang we alles kunnen bijbenen, het geen echte vrienden zijn.
Marjan werd daar heel stil van.
“Jij denkt altijd dat alles zo simpel is,” zei ze uiteindelijk. “Jij kunt drie weken niemand zien en dat prima vinden. Ik niet. Voor jou is het een vakantie. Voor mij is het ook mijn leven buiten dit huis.”
Dat was niet eerlijk, vond ik op dat moment. Ik heb ook vrienden. Ik tennis twee keer per week, ik drink koffie met oud-collega’s. Maar later moest ik toegeven dat zij wel een punt had. Sinds de kinderen het huis uit zijn, is die groep voor haar belangrijker geworden. Misschien ook omdat ik altijd makkelijk mijn eigen gang ga en zij meer moeite heeft gedaan om mensen bij elkaar te houden.
Toch wilde ik niet toegeven. Ik ben opgegroeid met een vader die nooit iets op afbetaling kocht. Niet omdat hij zo principieel was, maar omdat hij een paar jaar werkloos was geweest en panisch werd van enveloppen met vensters. Ik wil niet die man worden die bij de pinautomaat eerst kijkt of het nog kan, terwijl hij net een week luxe heeft gespeeld.
Vorige zondag had Rob in de groepsapp een pdf gestuurd met de kosten en een voorstel voor een privéboot naar de grotten. Marjan stuurde alleen een duimpje. Ik zag dat ze daarna in de keuken stond met haar rug naar mij toe, veel te lang met hetzelfde kopje bezig.
Ik heb toen gezegd: “Wil je alsjeblieft gewoon eerlijk zeggen dat het voor ons te veel is?”
Ze draaide zich om. Haar ogen waren rood, maar ze huilde niet.
“Waarom moet ík dat zeggen?” vroeg ze. “Jij wilt niet. Dan zeg jij het toch.”
Dat vond ik eigenlijk terecht. Ik had haar gevraagd het sociale risico voor ons allebei te dragen, terwijl ik zelf in de stilte kon blijven zitten.
De dag erna heb ik Rob gebeld. Niet de hele groep, gewoon hem. Ik vertelde dat ik sinds mijn pensioen anders naar geld kijk en dat Puglia voor ons boven de grens zit. Mijn stem klonk belachelijk onvast. Rob zei eerst niets, toen: “Joh, dat had je eerder moeten zeggen. Ik dacht dat iedereen dit wel wilde.”
Hij ging het in de groep gooien, zei hij. Misschien was er iets anders mogelijk, misschien niet.
Marjan weet dat ik gebeld heb. Ze was niet woedend. Eerder gekwetst, alsof ik zonder haar toestemming een deur had dichtgedaan waar zij nog voor stond.
In de app is het nu opvallend stil. Carla stuurde alleen: “Goed dat je het zegt, Wim. Laten we even kijken.” Pieter heeft nog niets laten horen. De aanbetaling moet over tien dagen gedaan worden.
Vanmorgen zette Marjan twee boterhammen voor me neer en vroeg of ik koffie wilde. Verder hadden we het over de vuilnisbak die buiten moest en over onze dochter, die misschien met de kinderen langskomt zondag.
De pdf van Puglia staat nog open op haar iPad op de eettafel. Ik heb hem niet dichtgedaan.