Na veertig jaar vriendschap zette ze ons bij de voordeur stil: ‘Jullie hulp verstikt ons’
Ik stond met een pan erwtensoep in mijn handen toen onze oudste vriendin de deur maar half opendeed en zei dat we niet meer zomaar moesten komen. Ik voelde mijn gezicht warm worden, omdat wij twee jaar lang ons leven hadden omgegooid om haar en haar zieke man overeind te houden. Sinds die middag vraag ik me af waar vriendschap ophoudt en waar iemands recht op rust begint.